Alle dieren zijn gelijk -206
Alle dieren zijn gelijk –206
Het zal wel de laatste bijdrage van dit jaar of misschien wel de allerlaatste überhaupt zijn.
Het volgende jaar wordt hoogstwaarschijnlijk een herhaling van zetten en dat is niet stimulerend.
Europa worstelt zich opnieuw door een serie toppen van historische betekenis. Het financiële systeem dat de crisis veroorzaakt heeft, handhaaft zich straffeloos – tegen de wil in van een toenemend aantal slachtoffers. De politiek laat zich ringeloren en mist het lef de stal uit te mesten.
Nederland houdt een regering van 'stoethaspels' (term van Marc Chavannes in de NRC) die rekenfouten maakt, de rechtsstaat schoffeert, doorgestoken kaarten bij benoemingen hanteert, de natuur in stand houdt door die af te schaffen, het hardrijden stimuleert om eerder in de file te staan, gedoogt omdat ze niet op eigen benen kan staan, de gezondheid in gevaar brengt door marktwerking te bevorderen, strenger straft omdat bewezen is dat het niet werkt en de sociale woningvoorraad verkoopt in plaats van uit te breiden, waardoor het wachten op een huurhuis met jaren oploopt. (De reeks is niet uitputtend.) En toch zijn we allemaal - worden we er individueel op aangesproken - zeer gelukkig. Dat liever dan andersom: collectief gelukkig maar individueel ontevreden. Dus stellen we maar geen hogere eisen aan de samenleving en stellen we de echte keuzen maar uit.
Groningen wordt echt de stad van de tekorten: tekort op de stadsuitleg in Meerstad, tekort op de exploitatie van de parkeergarages, tekort op het openbaar onderwijs, tekort op het museum, tekort op de voorgenomen ringweg, tekort op de geplande tram, ach, het is slechts wachten op het tekort op het Groninger Forum. En dan moet er nog bezuinigd worden waardoor de tekorten voor de burgers direct voelbaar worden.
Ach, mijn partij: landelijk gedraagt ze zich als een burgemeester in oorlogstijd en durft ze niet ondergronds te gaan en guerrilla te voeren, provinciaal is ze voor kolencentrales en lokaal is ze losgezongen van de realiteit.
Ikzelf? Het functioneert nog tussen de oren, het gehoor wordt weliswaar minder maar het zicht is nog scherp en het lijf is niet te stram, kortom: persoonlijk tevreden maar ontevreden over stad en lande, Nederland en Europa – precies zoals het Sociaal en Cultureel Planbureau van mij heeft vastgesteld!
Gegroet!
Alle dieren zijn gelijk -205
Alle dieren zijn gelijk –205
In Buitenhof discussieerden Roemer van de SP en Blok van de VVD over Europa. Een tegenstander versus een voorstander. Roemer scoorde analytisch: de crisis in Europa is veroorzaakt door een falend financieel kapitalisme. Op die kapitalismekritiek ging Blok niet in; heel wijs om niet over je eigen lemen voeten te spreken. Europa zegt Roemer niets; hij wil wel samenwerking in Europa evenals Blok. Hoe lieten de heren in het midden. Een politieke unie had aan een monetaire vooraf moeten gaan.
De kwestie van de zeggenschap en de overdracht daarvan naar Europa bleef dus buiten de discussie. Er is al zoveel macht aan Europa overgedragen waarbij geen Nederlander z’n identiteit in gevaar zag gebracht dat verdergaande stappen daarin geen verandering zullen brengen. Ondertussen zet Duitsland de toon. Merkel heeft Sarkozy onder de duim en Cameron z’n eigen hok in gejaagd. De overige Europese landen schikken zich. Hoe terecht Duitsland hamert op soliditeit, Europa kan niet verder zonder meer (met name Duitse) solidariteit. Daar is het wachten op. De Zuid-Europese bevolkingen (in het bijzonder) hebben de grens van wat verdragen kan worden, bereikt.
Beide heren hoorde ik daarover niet: het chauvinisme met een klein hart voerde de boventoon. Ik denk met weemoed aan Verhofstadt die in Zomergasten een lans brak voor Europa; hier discussiëren een kruidenier en een angsthaas.
Vaclav Havel dood – een Tsjech die wist waarvoor Europa stond. Hij staat voor de verbinding van macht en moraal. Ik vind het terug bij Joschka Fischer in z’n herinneringen. Kosovo wordt door de Serven onder de voet gelopen. Milosevic moet gestopt worden. Fischers tegenstanders roepen Nie wieder Krieg. Hij stelt daarnaast Nie wieder Auschwitz.
Om der wille van het laatste accepteert hij het eerste. Het is fascinerend te lezen hoe de discussie daarover binnen de Grünen verloopt, waar pacifisten een belangrijke rol spelen.
Maar minstens zo interessant is hoe zich de standpuntbepaling binnen het westerse bondgenootschap ontwikkelt.
Een Zweedse rapper van Iraanse afkomst – door Rosenmöller in een tv-serie over het populisme in Europa geïnterviewd – noemt de vreemdelingenhaat een onderdeel van de klassenstrijd; veel nieuwkomers maken deel uit van de onderklasse. De anti-islam maskeert de strijd om de verdeling van de welvaart waarin die onderklasse haar deel opeist.
Het rijke, Roomse leven is nauwelijks meer dan armzalig, benepen Rooms leven Sla de biografie over Pierre Vinken er bijvoorbeeld op na. Voor die constatering had je Deetmans rapport over het misbruik in de Rooms-Katholieke kerk niet echt nodig. De combinatie van macht en lust komt altijd voor waar machtsongelijkheid is en staat los van seksuele geaardheid.
Alle dieren zijn gelijk -204
Alle dieren zijn gelijk –204
Als er geen paginagroot artikel over de directeur van het Groninger Museum in de NRC had gestaan waarvan de inhoud naar zijn hand was gezet en het Dagblad van het Noorden niet met de mededeling was gekomen dat de directeur zou vertrekken omdat er niet meer aan de hand was dan een financiële probleem, dan zou ik aan de museumproblemen geen aandacht hebben besteed. Het gaat echter om meer dan de persoon van de directeur en financiën.
De directeur werd destijds niet gekozen om z'n museale kwaliteiten. Die had hij niet. Dat is geen bezwaar zolang de staf die heeft. Op dat punt zijn er echter twijfels omdat het expositiebeleid dubbelzinnig is en tendeert naar publieksvleierij. Het vertrek van een adjunct-directeur kan daarvan niet los gezien worden.
Het expositiebeleid had wel tot gevolg dat er meer bezoekers naar het museum kwamen; de verdediging van het beleid was echter eerder ontleend aan citymarketing – de economische rechtvaardiging ervan kreeg sterke nadruk. Zo sterk dat vergeten wordt dat er relatief weinig bezoekers uit stad en lande komen – voor een Groninger museum toch een niet te verwaarlozen opdracht. Maar die zijn en waren voor de economie van de stad niet interessant.
Bij het vaststellen van het programma van eisen van het nieuwe museum was destijds duidelijk door de gemeenteraad gekozen voor een breed museum: een petit Louvre en niet voor een Kunsthalle. Vier afdelingen telde het museum die in vier onderscheiden paviljoens ondergebracht werden. Zonder de toestemming van de raad en provinciale staten werd de historische afdeling opgeheven. Die inbreuk werd maar ten dele hersteld door de inrichting van een Ploegpaviljoen, mogelijk gemaakt door het Beringer Hazewinkel Fonds. Nadat de gemeenteraad en de staten gebruuskeerd waren, volgde dit fonds. De afspraak dat het paviljoen permanent zou zijn, kwam het museum niet na.
Of er een verband bestaat tussen het afstoten van de historische afdeling van het museum en het ijveren van de directeur voor het oprichten van het Groninger Forum kan best mogelijk en misschien wel aannemelijk zijn. Het Groninger Forum heeft echter nauwelijks van het museum als founding father geprofiteerd. De bijdrage van het museum aan het Forum is verwaarloosbaar.
Natuurlijk: de gemeenteraad en provinciale staten en de raad van toezicht hadden beter op hun tellen moeten passen. De kaders waarbinnen het museum moest opereren werden losgelaten na de verzelfstandiging. Het museum kon zijn gang gaan – financieel nog eens extra ondersteund door de overheden.
Het leidde desondanks tot personele en financiële problemen die nu alle aandacht vragen en het zicht ontnemen aan eerdere ontwikkelingen. Het zou onterecht zijn de overschrijding van verbouwingskosten en van de kosten van de programmering alleen aan te grijpen als motieven een reorganisatie door te voeren waarbij de positie van de directeur op het spel staat en personeel moet worden ontslagen. Het gaat om meer en dat meerdere biedt met name de aanleiding de situatie van het museum te beoordelen.
De verzelfstandiging is mislukt; de programmering laat te wensen over; het museum trekt te weinig bezoekers uit stad en ommelanden; de relatie tot het Groninger Forum deugt niet en de leiding en de raad van toezicht hebben gefaald.
Kortom het is tijd voor een heroriëntatie van het museum. Het laten bij een financiële aanpak – hoe noodzakelijk op zichzelf - betekent echt het failliet.
Alle dieren zijn gelijk -203
Alle dieren zijn gelijk –203
In Joschka Fischers herinneringen Die rot-gruenen Jahre keek ik eerst naar het namenregister. Ik was nieuwsgierig of er ook Nederlandse politici in genoemd werden. Dat was niet het geval. Het geeft aan dat de Nederlandse buitenlandse politiek niet zo veel voorstelt. Als land zijn we in Europa volstrekt ondergeschikt aan Duitsland, Frankrijk en Engeland. In plaats van ons te oriënteren op Duitsland als belangrijkste economische (en culturele) partner kennen we ons nog een rol toe in de relaties tussen die grote drie landen. Dat heeft minder zin.
De ergernis in met name Zuid-Europa over de rol van Duitsland is buitenproportioneel. Met alle kritiek op Duitslands rol, die op de andere EU-landen is groter. Onverlet blijft dat het Rijnlandse model, waarvan Duitsland bij uitstek de vertegenwoordiger is, gesteld tegenover de sociaal-economische verhoudingen in in het bijzonder Zuid-Europa, voorbeeldig is.
Voor het eerst verschuift de aandacht in de discussie over de financiële markten naar die over politieke verhoudingen. Een verdergaande politieke integratie staat nu op de agenda; de tekortkomingen door het gebrek eraan worden onder ogen gezien. Daarbij hoort mettertijd ook een verdergaande democratisering. De regeringsleiders mogen het vertrouwen van de financiële markten deels hebben herwonnen, zonder het vertrouwen van de bevolkingen kan het niet; en voor dat laatste moet onontkoombaar nog een Europese vorm worden gevonden.
Dat perkt meteen het gezeur over overdracht van soevereiniteit in. De Europese wet- en regelgeving is zo ver gevorderd en door het Europese Hof dusdanig verankerd dat die soevereiniteit nog maar gedeeltelijk is. Het is voor de hand liggend om ons op wat ons rest aan soevereiniteit te concentreren en daaraan onze specifieke nationale identiteit te ontlenen.
Leidraad kan daarbij zijn niet op het hoogste bestuurlijk niveau te regelen wat op het laagste geregeld kan worden. Door Den Haag wordt al gedecentraliseerd naar provincies en gemeenten – met overigens jammerlijke, want contraproductieve bezuinigingen. Den Haag heeft daarnaast taken aan Brussel overgedragen. Brussel verhoudt zich tot Den Haag als de laatste tot de provincies en de gemeenten. Het manco van Den Haag is dat ze die tussenpositie niet onder ogen ziet.
Om terug te komen op Fischers herinneringen. In de aanloop naar zijn ministerschap beschrijft Fischer de ontwikkelingen binnen de Gruenen. Hoe moeizaam de overgang van politiek activisme naar bestuurlijke machtsdeling is, geeft hij scherp aan. Het is even moeizaam voor de PvdA en het CDA hun bestuurlijk optreden al was het maar gedeeltelijk in te ruilen voor politiek activisme. (Als omgekeerd voor de SP en de PVV.) Binnen al die partijen is het evenwicht zoek. Dat maakt het politieke landschap chaotisch. Voor kiezers is er dan moeilijk een weg te vinden.
Alle dieren zijn gelijk- 202
Alle dieren zijn gelijk –202 Wat de overheid voor de burger over heeft was de titel van de CMO-lezing in Groningen. Paul Schnabel van het Sociaal en Cultureel Planbureau gaf een interessant beeld van de ontwikkeling van de verzorgingsstaat. De burgemeester van Hunze en Aa, Eric van Oosterhout, vulde Schnabels betoog aan met een schets van de betekenis van de gemeente voor de burgers. Het waren geen saaie betogen; er kon bij gelachen worden (soms als een boer met kiespijn trouwens). Schnabels betoog gaf een golfbeweging weer: voor de Tweede Wereldoorlog had de overheid weinig over voor z’n burgers. Daarna tot 1970 in de hoogtij van de verzorgingsstaat had de overheid een grote rol bij het verzekeren, verzorgen, verheffen en verbinden van de burgers. Na 1980 trok de overheid zich terug en moesten burgers meer zelf doen (en op eigen kosten). Die ontwikkeling gaat nu door, al blijft een groot deel van de Nederlandse bevolking voorstander van de grondslagen van de verzorgingsstaat. Uiteraard kwamen de rolverdeling van de overheden – nationaal, provinciaal en lokaal – en de verdeling van de financiële middelen over de departementen ter sprake en daarover werden frappante feiten gemeld. (De omvang van de cultuurbegroting is1 procent van de begroting van de gezondheidszorg bijvoorbeeld.) In de discussie op het eind kwam de rol van de politiek even ter sprake. De verzorgingsstaat, in de fases van opbouw en afbouw, is een politiek project. De paradigma’s achter beide ontwikkelingen verschillen. Ons beeld van het goede leven is verschoven. Dat de overheid de laatste tientallen jaren minder over heeft voor haar burgers is vooral veroorzaakt door haar nalatigheid het marktfundamentalisme te corrigeren. De overheid beheerst niet meer het financiële kapitalisme; het is omgekeerd: de financiële markten dwingen de overheden. De overheden kunnen blijvend meer voor hun burgers doen als zij het kapitalisme vergaand reguleren. (In de discussie over de euro zie je dit steeds weer terugkeren.) Aan deze politieke dimensie kwam de discussie over de betogen niet toe. Alle dieren zijn gelijk -200
Alle dieren zijn gelijk –200 Welke instituties ontkomen nog aan gebreken waardoor het vertrouwen erin beschaamd wordt, afneemt en soms geheel verdwijnt? Bankiers, accountants, rechters, medewerkers van politie en ziekenhuizen, managers van hogescholen en woningcorporaties, al dan niet gebonden aan gedragscodes – om de belangrijkste professies te noemen: ze zijn de afgelopen jaren de revue gepasseerd. Nu kan de wetenschap eraan toegevoegd worden. Het belabberde is dat het in belangrijke mate om nutsfuncties gaat waarbij ieder ervan uitgaat dat je ze kunt vertrouwen. Niet meer dus in die mate als verondersteld is. Het vervelende is dat er door de verhevigde media-aandacht ook een veralgemenisering optreedt waardoor enkelingen het voor hele beroepsgroepen bederven. Waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt. Wanneer ze worden toegegeven, blijft vertrouwen intact; worden ze verzwegen of verdonkeremaand dan is er blijvende reputatieschade. De oorzaken ervan zijn vaak wel te traceren – moeilijker is het om aan te geven hoe het vertrouwen hersteld wordt en blijvend is. Met sancties werken, straf in het vooruitzicht stellen, zijn wel de gemakkelijkste wegen. Beter zou zijn de cultuur te analyseren waardoor het vertrouwen geschonden werd en de tegencultuur te formuleren. De PvdA-raadsleden in Groningen die de vorige week het Groninger Forum kritiseerden, steken nu de loftrompet. Hoe consistent kun je zijn? En hoe dom: nu worden ze opnieuw gemangeld. Ik las de reacties op de Groninger Internet Courant. Die logen er niet om. Stilzitten, stilzitten en nogmaals stilzitten: er zit niets anders op om niet geschoren te worden. De volgende keer niet weer op de raadslijst; de enige manier voor de PvdA zich enigszins te rehabiliteren. Over de eurocrisis ondervraagt Clary Polak in Buitenhof Coen Teurlings van het Centraal Planbureau die met moeite de vragen weet te pareren die een politieke lading hebben. De druk op de eurolanden wordt opgevoerd. De speculanten zijn op jacht, nu ook op het grote wild. Geen economisch wetenschapper die er dan aan ontkomt te politiseren, ook al zit je bij het planbureau. Of je laat je niet interviewen, of je politiseert (in meer of mindere mate) als je wel voor de camera’s opdraaft. Doe je het eerste dan heb je geen conflict met het Kabinet, doe je het laatste dan wel. So what, zou ik zeggen, want het blijft de vraag of wat beide vinden, juist is. Ik heb soms de indruk dat de hele discussie een wedstrijd in vooroordelen is, waar te veel bevolkingen onnodig de dupe van worden. Merkel lijkt me de slimste. Ze is zuinig en houdt niet van potverteren. Ze dwingt door haar afwachtende houding af dat veel regeringen in eigen land hun zaakjes geregeld hebben voor zij inspringt.
Ook blij dat je honderd per uur mag blijven rijden op de snelwegen? |
Alle dieen zijn gelijk -201
Alle dieren zijn gelijk –201 De VPRO zond een voortreffelijke documentaire (The Flaw) uit over de financiële crisis in Amerika in 2008 en de gevolgen daarvan. Mij sprak vooral de uitleg aan: in ruim een uur kreeg je inzicht in de hoofdlijnen. (Al scheelde het wel dat ik Free Fall van Stiglitz had gelezen.) Wat me nog duidelijker werd was de betekenis van de onroerend goed sector in de economie. Dat mensen kaalgeplukt werden was niet beperkt tot de mensen die bij voorbaat al te weinig geld hadden om een huis te kopen en aan hypotheekverstrekkers waren overgeleverd maar raakte ook kopers die redelijk bemiddeld waren. Hen ontbrak volstrekt het inzicht hoe hun persoonlijk lot onderdeel uitmaakte van een financieel-economische structuur die erop uit was hen kaal te plukken en hoe zij daarvoor emotioneel gemanipuleerd werden. Wellink, oud-directeur van de Nederlandse Bank noemde na zijn verhoor door de commissie- de Wit, de hypotheekschulden in Nederland voor onze economische soliditeit bedreigend. Dat veronderstelt dat in ons land, in minder extreme mate weliswaar dan in de VS, hetzelfde financieel-economische complex de hypotheekmarkt beheerst. Hoe dat complex zich verzet tegen ingrijpen toont het plan van Eurocommissaris Barnier de advies- en accountantstaken van KPMG etc te scheiden. Hoe hecht die wereld is, beschrijft een lang artikel in De Groene over deze tak van bedrijvigheid. Over de Eurocrisis werd de econoom Sapir in de NRC geïnterviewd. Het politieke tekort tast de euro aan – en dus de reële economie uiteindelijk. Het is na alle analyses van de afgelopen maanden niet zo verrassend als wel het onvermogen van politici hun nationale belangen te overstijgen. Nederland zou er gezien z’n open economie buitengewoon gebaat mee zijn als er een supranationale soevereiniteit ontstaat. Rutte hoor je daar niet over en terecht dat hem de mantel wordt uitgeveegd in het hoofdredactionele commentaar van de NRC. Nu wreekt zich pas echt dat de discussie in Nederland de afgelopen jaren nooit goed gevoerd is. Alle dieren zijn gelijk -199
Alle dieren zijn gelijk –199 Ik vond het vreemd dat op de door de Wiardi Beckman Stichting georganiseerde avond over Arbeid (in Groningen, in het kader van het vernieuwingsdebat van de sociaal-democratie) geen enkele keer de Occupy-beweging werd genoemd. Nu is die in Nederland maar van beperkte omvang en de deelnemers vormen ook niet de doorsnede van de bewegingen elders. Niettemin. De verklaring van de verschillen tussen hier en elders ligt gedeeltelijk in de massawerkloosheid die vooral veel jongeren treft (in Spanje is 40 procent van de jongeren werkloos) en gedeeltelijk in een minder gepolariseerde politieke cultuur die weer samenhangt met onze nog altijd min of meer overeind gebleven sociale markteconomie. Maar hoe het ook zij, de Occupy-beweging gaat aan links voorbij en dat vind ik verontrustend. Ik had gehoopt dat de WBS door het thema Arbeid te expliciteren zich naast de wereldwijde Occupy-beweging zou opstellen. In de sociaal-democratie gaat het niet alleen om arbeid als een op zichzelf staand onderwerp maar in de allereerste plaats om de verhouding tussen kapitaal en arbeid. Als er een ding is dat de Occupy-beweging zichtbaar maakt, is het wel, dat de factor kapitaal de factor arbeid terug gedrongen heeft en overheerst. De sociaal-democratie moet zich allereerst bezig houden met het kapitalisme - op straffe van voortgaande marginalisering. Dat betekent: naast een analyse (in de geest van Das Kapital), een aanvalsplan om de uitwassen van het maffiose financiële kapitalisme uit te bannen en arbeid veilig te stellen. Daar zijn wel aanzetten voor te vinden in de bundel opstellen in het laatste nummer van Socialisme en democratie, die aan Arbeid gewijd zijn, zowel analytisch als politiek. De combinatie daarvan is echter duidelijker aanwezig in het voortreffelijke interview met Papandreou dat de NRC (op 25 november) publiceerde. John Gray (in hetzelfde nummer van de NRC) sluit in zijn betoog aan op False Dawn uit 1998 waarin hij opteert voor meerdere vormen van kapitalisme die sterker cultureel-geografisch gebonden zijn en hij expliciet afstand neemt tot het Angelsaksische kapitalisme. Klagen over (hun) arbeid, zoals een aantal insprekers op de hoorzitting (die aan discussieavond van de WBS) voorafging, heeft geen zin - is niet alleen analytisch maar ook politiek armoedig. De aandacht ervoor is vooral bestuurlijk en hoe jammerlijk die poging faalt toonde Marcel van Dam aan in zijn bijdrage op die avond. Een rechtse regering maakt van PvdA-wethouders burgemeesters in oorlogstijd, dus verliezers – alle goede bedoelingen ten spijt. In Buitenhof sprak Lodewijk Assscher ook over die bestuursstijl en kwam er, ondanks z’n persoonlijke inzet, eigenlijk niet uit. Opmerkelijk vond ik verder dat het na de stijl over de collectieve sector ging en daarna pas over de economie. Mijn voorkeur ligt, dat is duidelijk, precies andersom.
|



