Hoofd Menu
  • Weblog van Klaas Swaak
  • CV Klaas Swaak
  • Contact
Publicaties
  • Artikelen
  • Gedichten
  • Boeken
  • Opiniebijdragen

Alle dieren zijn gelijk -36

PostDateIconzaterdag, 27 februari 2010 10:41 | PostAuthorIconGeschreven door Klaas Swaak | PDF Afdrukken E-mail

Het Groninger Forum - maar dat niet alleen…

 

-de ervaringen van een partijganger

 

Begin januari 2010 kreeg ik aanvullende inlichtingen over problemen bij het Groninger Forum. Met de sombere berichten dat alle overheden – gemeente, provincie en rijk -  zouden moeten bezuinigen was er voldoende aanleiding een opiniestuk te schrijven. Ik was niet in staat al m’n bronnen dubbel te controleren en er bleken een paar onjuistheden maar de strekking van het stuk was ondubbelzinnig. Onder de titel Het Groninger Forum op weg naar een fiasco plaatste het Dagblad van het Noorden het op 12 januari 2010. (Zie m’n weblog www.klaasswaak.nl, ook voor ander stukken)  De volstrekte onderschatting van de gevolgen van de overheidsbezuinigingen en de exploitatie van het Forum noemde ik zeer bedreigend voor het bestaande culturele veld.

Het stuk sloeg in als een bom. Ook in het culturele veld dat zich toen pas realiseerde wat de toekomst de culturele instellingen kon brengen en waar ik ogenblikkelijk medestanders vond. Het was de domme en arrogante reactie van van Twist c.s op 14 januari in het DvhN die leidde tot de uitbraak van een discussie waarin ik mij weer mengde nadat De Vries en de Rooy mijn vragen en zorgen in hun reacties negeerden. De een gaf er blijk van niet met kritiek te kunnen omgaan en de ander hanteerde botte omgangsvormen. Het was juist die houding die de kleur van de meeste latere voor hen negatieve reacties in de pers ging bepalen. Die houding was een mediastrategische blunder van betekenis.

Mij werd toegeschreven dat ik tot de VVD bekeerd was, maar hoe schandalig die suggestie ook was, het ontbreken van een inhoudelijk antwoord op mijn stuk, leidde ertoe dat ik onder de titel De maat is vol dat de Groninger Internet Courant  op 24 januari plaatste, meedeelde dat ik mijn stem aan de PvdA zou onthouden bij de komende raadsverkiezingen. Het DvhN besteedde daaraan vervolgens weer aandacht. Buiten de partij kreeg ik veel instemming. Binnen de partij bleef het daarop oorverdovend stil. Ik kreeg geen uitnodiging voor een gesprek. Pas toen de kwestie binnenskamers, in de boezem van het afdelingsbestuur en fractie/wethouders tot een brandende kwestie evolueerde, kwam het contact tot stand.

 

Op vrijdag 29 januari 2010 - tweeënhalve week na mijn artikel in het DvhN op 12 januari -  sprak Boekhoudt, de afdelingsvoorzitter van de PvdA, telefonisch met mij. Het was een op zich plezierig gesprek maar het ging er wel stevig aan toe.

Natuurlijk kreeg ik het verwijt dat ik als prominent partijgenoot m’n stem bij de gemeenteraadsverkiezingen aan de PvdA onthield. Hij vroeg me of het geen ondoordacht besluit was geweest.

Ik legde hem uit waar mijn keuzeproces begon. Al voor de sluiting van het natuurmuseum. Met een aantal partijgenoten had ik me tegen sluiting verzet. Op de ledenvergadering dienden we over het natuurmuseum een motie in waarin we om uitstel van de besluitvorming vroegen. De motie werd verworpen. Als je de stemmen van het bestuur, de fractie en de JS die allen tegen waren van de stemmers aftrok, dan was een grote meerderheid van de ‘gewone’ leden voor uitstel van de sluiting van het museum. De rol van de JS was doorslaggevend en kwestieus. Met de bezwaarden zou de JS namelijk overleggen maar dat gebeurde niet. Maar het kwalijkste van de vergadering was wel dat de argumenten van de leden die het museum niet direct wilden sluiten volstrekt genegeerd werden. Bij mij, en niet bij mij alleen, heeft dat kwaad bloed gezet.

Daarna volgde de verkoop van het museumgebouw. Ik was er tegen en herinnerde me de verkoop van de Korenbeurs in de tachtiger  jaren waarmee een publiek gebouw vermarkt werd en in dit geval vond ik dat een zo prominent publiek gebouw in handen van de gemeenschap moest blijven. Daarbij kwam dat de advertentie waarin het gebouw op de markt werd gebracht, naar buiten kwam terwijl de wethouder van cultuur van niets wist.

Om het verhaal aan Boekhoudt voort te zetten: wethouder De Vries bekende me later dat de sluiting en de verkoop nooit hadden mogen plaats vinden. Terwijl ik in het voortraject met hem overlegd had en hij mijn argumenten kende. Waarom hij meegegaan was in de besluitvorming is me niet duidelijk geworden.

In het gesprek met Boekhoudt noemde ik ook de nieuwbouw van de sociale dienst op het Europark; ver van de Binnenstad en nog verder van de meeste cliënten. Waarom niet voor decentrale vestigingen in vier stadsdelen en een backoffice in de Zwarte Doos gekozen? Vervolgens ging het over de voortdurende ergernis over de studentenhuisvesting die niet werd  aangepakt; het openbaar onderwijs dat verzelfstandigd werd; een lichte trein (want dat is light rail) die door de Binnenstad moest rijden en een accommodatienota voor cultuur die de wethouder van cultuur Jaap Dijkstra had afgehouden.

Binnen partijverband speelden nog twee zaken. Allereerst het verkiezingsprogram, dat hoewel vriendelijk van toon, geen rekening hield met de komende bezuinigingen, dus veel te ambitieus was en waarin de prioriteiten niet overeenkwamen met de traditionele aandacht voor werk en inkomen, wonen en breed welzijn. Een discussie daarover vond op de ledenvergadering niet plaats. Mijn bezwaren werden niet gehonoreerd. Vervolgens kwam de concept-kandidatenlijst uit waarop volstrekt onbekenden hoog op de lijst kwamen -  een vernieuwing waaruit alleen maar vernieling sprak. Het geheugen van de fractie en specialistische deskundigheid waren verdwenen. Toen heb ik het opgegeven.

Aan Boekhoudt deelde ten slotte mee dat ik mijn actie niet zou staken en doorging met publiceren. Gedoseerd – dat wel.

 

Het Groninger Forum ten slotte.

Nadat ik aanvankelijk voorstander was werd ik al vrij snel tegenstander. Mij was het concept volstrekt niet duidelijk (evenmin als De Vries, destijds nog fractievoorzitter). Van de suggesties welke bestaande activiteiten in het Forum ondergebracht moesten worden, bleven er maar een paar over. Door een lid van de werkgroep cultuur van de PvdA was de bibliotheek ingebracht en dankbaar aanvaard – het tekende de conceptuele armoede op dat moment - maar het Scheepvaartmuseum, de Hanzehogeschool en de RuG haakten af, het Kunstencentrum deed niet mee en de amateursector – zoals de fanfarecorpsen en de koren, laat staan de vele popgroepen, kregen er geen plaats in. Het werd ook minder een plek voor Groningers dan wel voor toeristen die met spektakel aangetrokken moesten worden.

Toch werd het plan door de gemeente doorgezet. Het beroep op het referendum in 2005 waarmee de voorstanders steeds weer naar voren traden, was niet steekhoudend omdat de vraagstelling van het referendum niet deugde. Daarbij kwam dat van de 144000 kiesgerechtigden 57000 hun stem uitbrachten waarvan 30594 vóór- en 26650 tegenstemden. Als 30000 van 144000 vóór zijn  betekent dat niet dat het draagvlak groot is – integendeel. Achteraf bleek het Forum niet op culturele gronden maar op ruimtelijk-economische gepland. Er werd een gebouw ontworpen waar geen uitgekristalliseerde cultuurvisie aan vooraf ging. Dat heeft zich gewroken, want functies zoals die gewenst werden, pasten er niet goed in. Bovendien bleek het gebouw constructief aanvankelijk niet solide genoeg (wat kostenverhogende werkte). En daarnaast waren er nog strubbelingen over de inbreng van het pand van bioscoop Images.

De financiering bleef een probleem; het investeringsbedrag werd niet bijeengebracht en de exploitatie zou voor Groningse begrippen hoog zijn. De raad van toezicht functioneerde niet.  Er waren dus veel redenen om buitengewoon kritisch te zijn op het Forum.

Inmiddels vond er een financieel-economische crisis plaats die de overheden dwong tot bezuinigingen. Voor mij rees de vraag of het Forum financieel haalbaar was.

 

De PvdA zat in een spagaat. Een fors deel van de achterban en het electoraat – zo bleek uit de reacties in het DvhN, De Gezinsbode en de Groninger Internet Courant – was het met mij eens. Ik had inmiddels het afdelingsbestuur gevraagd om een reactie op mijn opinies te geven en te publiceren. Mijn suggestie aan het afdelingsbestuur was – ondanks de gigantische botsing die het gevolg zal zijn – de stekker uit het Forum te trekken. Het zou electoraal lonen. Hoewel … de studentenhuisvesting, de hoogbouw en wat kleinere ergernissen van veel burgers speelden ook parten, evenals de landelijke positie van de partij. Op die brief kreeg ik geen antwoord noch een ontvangstbevestiging.

 

Er vond een scheiding van de geesten plaats. Een interpellatie van D66 en het CDA in de gemeenteraad van 27 januari  toonde er het begin van. Het CDA keerde zich tegen het Forum, D66 hield een slag om de arm. Het Forum werd een belangrijk verkiezingsthema. De SP had er haren als spijt van met de Forumplannen (en de tramplannen) te zijn meegegaan en verspeelde haar kans om de grootste partij te worden. Landelijk scoorde de PvdA immers niet zo goed en daar kon de SP van profiteren. De poging van de Vries in een interview op de GIC het tij te keren door de stijl van politiek te bedrijven (populisme) te veroordelen leverde merendeels negatieve reacties op. SP en GL kenden de waarheid beter dan de PvdA dat je moet stilzitten als je wordt geschoren. Het ontwijken van antwoorden op de door mij gestelde vragen bleef slecht uitpakken voor het college van BenW.

De stemming op het Stadhuis was zeer bedrukt. Men zocht naar een thema om het tij te keren. De propagandaslag rond het Forum was tot dan verloren. Het optreden van van Twist, de Vries en de Rooy had averechts gewerkt.

 

Een derde artikel van mijn hand ging in op de meningsvorming, de financiën en het manco van het Forumconcept. De titel was: De open zenuw van het Forum. Afgezien van het effect van herhaling (van veel bekends overigens) op de lezer, was er een impliciete boodschap aan de burgers in de provincie en aan Provinciale Staten dat het besluit voor het Forum ook een besluit tegen investeringen in de rest van de provincie was. De tegenstand tegen het Forum  werd daarmee van de stad uitgebreid naar de provincie. Voor het financiële overzicht had ik nu alle overheidsgelden op een rijtje staan; ze waren alle alleen bedoeld voor economische structuurversterking. Dick Leutscher voorzag het van een aantal bruikbare aantekeningen.

Ik had me daaraan voorafgaande laten bijpraten over de 35 miljoen uit de Zuiderzee-lijngelden die voor het Forum gereserveerd waren en waarover Provinciale Staten in het voorjaar van 2010 moesten beslissen.

 

Op 5 februari – drieënhalve week na de eerste publicatie  vond een afspraak met Frank de Vries plaats. We kwamen niet tot een vergelijk. Hij bleek geïnformeerd door Boekhoudt maar ik herhaalde alle kwesties die mij stoorden nog maar eens. Hij was boos en teleurgesteld. Ik bracht de partij schade toe, zei hij. Ik was ook boos en teleurgesteld en zei dat hij de stad schade toebracht. Ik deelde hem ten slotte mee dat ik met m’n actie (nog één keer) doorging. Daarna zou ik stoppen: het vergde me te veel tijd en m’n mening was wel duidelijk.

 

Ik stuurde m’n (derde) opiniestuk naar het DvhN dat me mailde dat de stadsredactie niet meer dan 550 woorden wilde plaatsen, dwz de helft van wat ik gestuurd had  Ik trok m’n stuk terug en zond het naar de Groninger Internet Courant die het op 6 februari plaatste als ingezonden stuk.

In de Binnenstad spraken mensen me aan op m´n opvattingen. Ik kreeg steun. Er bleek ruzie in de Raad van Toezicht van het Forum, hoorde ik. Ik informeerde of er een wijziging van het bestemmingsplan was. De vraag werd niet beantwoord. In de kroeg wilde Ypke Gietema niet over zijn gesprek met Frank de Vries spreken. Hij wist wel van mijn gesprek af. Ik jende de aanwezigen met de opmerking of zij al van de vervangende nieuwbouwplannen voor het Forum wisten.

 

In het DvhN verscheen een weinig vleiende schets van de daden van Frank de Vries met een  spotprent als Napoleon (bij de Berezina of Waterloo?).

De Vries deelde me mee op 7 februari dat mijn zinsnede over de Efro-subsidie niet juist is. De GIC en het DvhN stelde ik op de hoogte en vroeg hen om weglating. Op zondagmiddag was ik niet in staat de juistheid te controleren of de mededeling aan de raadscommissie vertrouwelijk moest zijn (en niet publiekelijk).

Het derde opiniestuk werd niet in het DvhN geplaatst. Op de GIC stonden na een interview met Prummel –  tegen Forum en tram – veel instemmende reacties – de eerste van een reeks daarna op bijdragen van de overige fractievoorzitters. Het opiniestuk stuurde ik ter kennisname naar de Gezinsbode.

Op 10 februari informeerde ik nader naar onderdelen van de besteding van de Zuiderzeelijngelden waarvan ik de stukken al wel had ontvangen.

Uit toegezonden stukken van een bevriend kunstenaar bleek dat de bezuinigingen in de cultuursector vergroot zouden worden door de terugloop van de re-integratiebanen.

De uitnodiging op 11 februari op Radio 1 van de Nos te discussiëren over de PvdA (in Groningen) aanvaardde ik evenals een uitnodiging voor een tv-discussie bij RTV-Noord op 2 maart.

Daarop volgde op 12 februari een telefoongesprek met Frank de Vries die zei af te zien van deelname aan hetzelfde mediaoptreden (bij RTV-Noord en Nos-Radio), als ik mijn actie doorzette. Hij verweet mij dat omdat ik had gezegd dat ik na m’n derde stuk niets meer zou doen. Maar het derde stuk werd door het DvhN geweigerd. Ik ging dus nu door. Een boze reactie was het gevolg. Hij herhaalde dat ik de partij schade toebracht en ik dat hij de stad schade toebracht.

Op 13 februari trof ik in de stad een van de leden van het afdelingsbestuur dat mij vertelde dat het verkiezingsprogram in de weg stond om het Forum af te blazen. Dat wist ik natuurlijk wel maar het bruuskeren van de leden door een uitspraak van het afdelingsbestuur om de stekker er uit trekken mobiliseerde waarschijnlijk wel ons electoraat (al ging het ten koste van het voortbestaan van het afdelingsbestuur; alles heeft z’n prijs.) Hij noemde mijn opzet een onbegaanbare weg. De partij ging een doodlopende weg op, was mijn conclusie.

Ik ontving een mail van HS met een stuk uit het Parool waarin de intendant van het culturele centrum De Appel in Amsterdam, Ann Demeester, de bouwdrift van de cultuurwethouders kritiseerde. Het Groningse probleem speelde dus ook landelijk.

In een telefoongesprek op 14 februari met HS kwam ik daarop terug. Ik noemde m’n positie in het debat. Afgezien van sympathieke steun, zou er tegenstand komen, die minder aardig van toon zou zijn. Hij adviseerde me om niet aan te tonen waarom ik gelijk had maar de voorstanders te blijven vragen op mijn vragen en zorgen te reageren. Dat hadden ze tot nu toe immers nog steeds niet gedaan.

In de studio van RTV Noord werd ik geïnterviewd door Nos Radio 1 op 15 februari over de landelijke  en de lokale PvdA. Met de Vries was apart gesproken. Het ging gelukkig om meer dan Groningen en het Forum. Mijn toon over de huidige PvdA was niet opgewekt, helaas.

Afdelingsvoorzitter Boekhoudt en een bestuurslid belden me. Het was inhoudelijk een herhaling van zetten. Ik zegde toe niet in een lijsttrekkersdebat betrokken te willen worden.  Ik vroeg B of een nederlaag gevolgen had voor de top van de raadslijst. Zo ja, dan kon dat, suggereerde ik,  het alternatief zijn voor een optreden van het afdelingsbestuur om de stekker uit het Forum te trekken.

Op mijn vraag naar de positie van de stedelijke culturele instellingen t.o.v. het Forum kreeg ik een mail dat de grote instellingen in de stad volstrekt opportunistisch handelden. Men wilde een graantje meepikken als het kon….

De reacties van de lezers van het DvhN en van de Groninger Internet Courant waren daarentegen overwegend negatief over het Forum en bevestigden m’n eerdere conclusie dat het draagvlak niet groot was.

Opmerkelijk was het bericht uit Menterwolde dat de gemeenteraad zich in een motie tot het provinciebestuur richtte met de mededeling dat een investering van 35 miljoen in het Forum ten nadele was van die in de provincie.

En ten slotte werd het debat op RTV Noord afgezegd omdat er geen voorstander van het Forum te vinden was die met mij in debat zou kunnen gaan….. Dat paste goed in het straatje van de voorstanders die mij vanaf de eerste publicatie hadden doodgezwegen. In de uitzending van Nova vanuit Groningen op 27 februari kreeg van Kampen de kans het Forum te verdedigen maar hij was niet beschikbaar voor een debat met mij op RTV Noord zoals een medewerker van die omroep me vertelde. Zeven week geleden maakte van Twist mij namens hem zwart. Aan onfatsoen kan ik ten slotte lafheid toevoegen. Niet alleen zakelijk maar ook persoonlijk is het Forum een ramp. Het demasqué is compleet.

Op het internet verscheen in de GIC een reactie van ene Ypke die de Rooy, de fractievoorzitter van de PvdA, verweet mij in Iso-Haft in een Stasigevangenis te houden.

 

Ik treed daarom nu maar uit m’n isolement met de publicatie van m’n aantekeningen.

 

Klaas Swaak

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Alle dieren zijn gelijk -35

PostDateIconwoensdag, 24 februari 2010 15:45 | PostAuthorIconGeschreven door Klaas Swaak | PDF Afdrukken E-mail

Alle dieren zijn gelijk –35

 

De val van het Kabinet

Ik lees dat de meeste PvdA-kopstukken blij zijn dat Wouter Bos z’n rug heeft rechtgehouden in de kwestie Uruzgan. Er zit iets in van een verzuchting: Eindelijk!

Het is moeilijk vol te houden dat het alleen om Uruzgan ging; er was een strategische inzet die de gemeenteraadsverkiezingen bepaalden. De vraag is of zo’n strategische inzet loont. De toekomst zal het uitwijzen. Maar met verlies voor de PvdA – na de val misschien wat minder groot, het verwachte verlies van de SP, de stabilisatie van Groen Links is het linkse blok hoogstwaarschijnlijk kleiner dan nu. Dat betekent geen regeringsdeelname. Het CDA dat de PVV niet afwijst, bezit het instinct altijd een keus te doen die haar machtspositie in stand houdt. CDA, D66 en VVD maken dan de regering uit; een PvdA als vierde heeft dan veel minder in te brengen dan tot nu toe. Ik vraag me af of de PvdA dat effect heeft gewogen.

De oppositie kon tot nu toe wel luidruchtig te keer gaan maar de PvdA haalde wel wat binnen. Dat wordt niet gecontinueerd.

Waar ik bang voor ben is dat ze in de oppositie niet alleen vruchteloos zal opereren maar opnieuw de kans voorbij zal laten gaan haar ideologische positie te bepalen. De herbronning van het CDA van destijds heeft die partij geen windeieren gelegd. De voorzichtige koerswending van Bos in de Den Uyl-lezing is nog te fragiel om je als kiezer mee te identificeren, ook al zullen de scheidslijnen tussen rechts en links in de komende kamerverkiezingen wat duidelijker worden getrokken. Wat bij de PvdA zal opspelen is het mentaliteitsverschil tussen de retro-vernieuwers, die oog hebben voor wat er in het verleden verloren is gegaan en hersteld zou moeten worden, en de kosmopolieten die gebruik weten te maken van de kansen die de toekomst in petto heeft.

De PvdA gaat geen benijdenswaardige tijden tegemoet, helaas.

 

 

Alle dieren zijn gelijk -34

PostDateIconzondag, 21 februari 2010 22:35 | PostAuthorIconGeschreven door Klaas Swaak | PDF Afdrukken E-mail

Alle dieren zijn gelijk –34

 

Programmatisch

In het jaarboek van het democratisch-socialisme dat gewijd is aan het wethouderssocialisme las ik de bijdragen van Tops en Van den Berg. De eerste redeneert vooral vanuit het perspectief  van de burger; de tweede vanuit de bestuurder. Ik wil aan de waarde van hun betoog  niet veel afdoen – alleen dat het in beide gevallen om het hoe van het lokaal bestuur gaat. Daarbij wordt verondersteld dat het wat wel bekend is. Het gaat dan om ruimtelijk ordeningsbeleid en sociaal beleid. Maar wat dat dan exact behelst  blijft in het midden. Het is deze ontbrekende precisering die me stoort. Wat is het huidige wethouderssocialisme programmatisch? Wethouder Otten van Hengelo doet daarvoor een goede aanzet maar ik krijg geen beeld van het effect van beleid, behalve dan van een nieuwe omgang tussen gemeentepolitiek en lokale samenleving. Haast haaks daarop staan de ervaringen in Nijmegen waar het effect van het lokaal beleid knap gefrustreerd is door rijksbeleid. Er deugt iets niet in de verhouding rijksbeleid en lokale ambities.

Ankersmit vindt dat de lokale politiek helemaal geen relatie meer moet hebben met de nationale partijpolitiek. Eerst noemt hij de geringe financiële speelruimte van de gemeente om (verder op in zijn artikel in de NRC) eigen lokale beleidsruimte te eisen. Dat kan helaas niet samengaan.

 

Elite

De NRC  schrijft over Nederlanders die naar Spanje zijn vertrokken om er te wonen. Daar laten velen zich niet registeren. Ze betalen daar dan geen gemeentelijke belastingen en doordat ze zich niet laten uitschrijven uit Nederland blijven ze genieten ze van hun Nederlandse rechten. Kortom: het gaat om uitvreters. Als het om armoedzaaiers ging, dan was het nog verklaarbaar – hoewel evenmin te verontschuldigen.

 

IJdeltuiteterij

Het Kabinet-Balkenende-vier is gevallen. De manier waarop is onbegrijpelijk. Een Kabinet en een Tweede Kamer die zitten te hakketakken over het proces  terwijl niemand zegt dat er geen Kamermeerderheid is voor een langer verblijf in Uruzgan. Redenerend vanuit die vaststaande uitkomst had ieder toch z’n knopen kunnen tellen? Nu moet ieder zo nodig z’n nummertje maken. Dat wil zeggen zich zelf verontschuldigen en op de borst kloppen. Een wedstrijdje gelijk krijgen …

Waren de gemeenteraadsverkiezingen al grotendeels genationaliseerd, nu zullen ze wel helemaal onder dat nationale juk doorgaan.

 

Geloofwaardigheid

Wallage, de voorzitter van de Raad van het Openbaar Bestuur, brengt een rapport uit over de  verhouding tussen burger en politiek/overheid uit. Dezelfde als burgemeester liet door de notaris vastleggen dat er geen bezwaarden tegen een gemeentelijk plan voor de verhoging van de erfpacht waren, terwijl die er wel waren. Het is wel een proeve van geloofwaardigheid.

Hoe geloofwaardig is Nijpels die bij het ABP als voorzitter van het bestuur terugtreedt na aangesproken te worden op zijn rol bij de DSB-bank? Houdt hij de eer aan zichzelf voor hij weggestuurd wordt?

 

 

Alle dieren zijn gelijk -33

PostDateIconvrijdag, 19 februari 2010 12:35 | PostAuthorIconGeschreven door Klaas Swaak | PDF Afdrukken E-mail

Alle dieren zijn gelijk –33

 

Voorkeuren

In het februarinummer van Rood, het blad van de Partij van de Arbeid, noemt minister Eberhard van der Laan de boeken waarvan hij houdt:

Darkness at noon van Koestler

Animal Farm van Orwell  en

de Max Havelaar van Multatuli.

Het is een keuze naar m’n hart. Van der Laan mag lijsttrekker worden…

Het lijkt me wel wat als alle politici hun literaire voorkeuren eens gaven.

Misschien dat we uit de genrevoorkeuren conclusies kunnen trekken: wie kiest voor gedichten, wie voor essays, wie voor reisverhalen, wie voor misdaadboeken, wie voor romans, wie voor verhalen en novellen, wie voor hekeldichten, wie voor stripboeken, wie voor biografieën en wie voor wetenschappelijke specialismen als geschiedenis, sociologie, psychologie etc.

Zou dat een doorsnee van de bevolking opleveren – of kunnen we dan beter overgaan naar voorkeuren op de tv? Sport, nieuws, achtergrond, soap, documentaires, films etc.

Ik vraag me nu al af wat de literaire voorkeuren zijn van bijvoorbeeld Pechtold. Ik zag hem in Zomergasten en vond hem nikszeggend. Mag ik een gok doen: een stripboek? Prikkebeen! Maar Rutte lijkt me ook interessant: Hobbes. Donner: de Statenbijbel, tweemaal. Balkenende: ook de Statenbijbel, gecombineerd met Ik heb altijd gelijk van Hermans. Koenders: reisverhalen en De negerhut van Oom Tom. Verhagen:Machiavelli gecombineerd met Celine;. Halsema: Bassani ’s Het verhaal van Ferrara, Bos: Keynes met een scheut Hayek; Kant: Günter Wallraff, enzovoorts.

Een combinatie met tv-programma’s of sportieve liefhebberij is ook nog mogelijk en zo krijg je niet een politiek maar een mentaal profiel wat misschien wel zo verheffend is om aan te denken als je de dames en heren in de Tweede Kamer ziet.

 

Alle dieren zijn gelijk -32

PostDateIcondonderdag, 18 februari 2010 17:21 | PostAuthorIconGeschreven door Klaas Swaak | PDF Afdrukken E-mail

Alle dieren zijn gelijk –32

 

Over cultuurgebouwen

Ann Demeester, directeur van kunstencentrum de Appel in Amsterdam, heeft een rapport uitgebracht over het stedelijk cultuurbeleid. Onderwerp: elke cultuurbaron of barones droomt van zijn eigen cultureel onroerend goed project.

 

Over bezuinigen

De Kam en Caminade  zien kans 25 miljard te bezuinigen door fiscale maatregelen, die het bedrijfsleven nauwelijks raken en de burgers  met de sterkste schouders meer belasten dan nu het geval is. Het is een mooi spoorboekje waaruit je de verschillend routes van de PvdA, het CDA, de VVD  etc. nu al uit kunt afleiden. Dat wordt wat in een coalitie, welke dan ook!

 

Over het Groninger Forum

De Groninger Internet Courant laat alle lijsttrekkers van de komende raadsverkiezingen aan het woord. Niemand zegt natuurlijk nee en dat levert een prachtig dilemma op tussen publiciteit en anti-publiciteit, want de reacties van de lezers liegen er niet om en vormen een mooi contrast met alle goede voornemens.

 

Alle dieren zijn gelijk -30

PostDateIcondinsdag, 16 februari 2010 14:44 | PostAuthorIconGeschreven door Klaas Swaak | PDF Afdrukken E-mail

Is een lokale sociaal-democratische agenda niet meer mogelijk?

 

(n.a.v. Socialisme en Democratie 1/2 2010 – met bijdragen van Becker/Hurenkamp en Smeets over het wethoudersocialisme)

 

Intrigerend is de opmerkelijke aanwezigheid van drie wethouders uit Groningen uit de jaren na de Tweede Wereldoorlog  - van den Berg, Zunderdorp en Smink , tegenover twee  uit Amsterdam -  Schäfer en Asscher; twee uit Rotterdam – Van der Ploeg en Riezenkamp en één uit Hengelo – Otten. Ongetwijfeld had Smeets in zijn artikel over de lokale sociaal-democratie meer voorbeelden kunnen noemen maar kennelijk vertegenwoordigen deze voor hem een bepaald type bestuurder. Wat te denken geeft is dat het - in Groningen in elk geval  allemaal -  vaak sociologen zijn. Maar dat terzijde.

Het opmerkelijke voorts is dat de Groningse wethouders niet alle drie passen in de door Nieuwenhuysen  gehanteerde en door Smeets overgenomen karakteristieken: van wederopbouwers, bouwers, democratiseerders en ondernemers en managers. Van den Berg behoorde tot de democratiseerders (evenals de niet genoemde Wallage), Smink tot de managers, maar Zunderdorp? De laatste voerde de reorganisatie van het ambtelijk apparaat in Groningen uit, een manager avant la lettre? Als ik Gietema als laatste (evenmin genoemde) erbij betrek, die het ruimtelijk ordeningsbeleid betrok op economische structuurversterking van de stad, waarmee de belangrijkste wethouders van Groningen wel zo’n beetje zijn genoemd, dan is deze niet de enige, die niet-ideaaltypisch te noemen is.

Deze periodisering die Hurenkamp en Becker ook in hun stuk gebruiken, is kennelijk toch te schematisch. En ik denk: niet alleen voor Groningen.

Waarschijnlijk heeft dat er mee te maken dat bij die indeling de grootste aandacht uitging naar   ruimtelijk ordeningbeleid (m.n. volkshuisvesting) en sociaal beleid. De aandacht van de lokale sociaal-democratie was breder en de integraliteit van beleid  was sterker.Beide zijn in de laatste decennia fors afgezwakt. Verlies aan machtspositie is daar debet aan – zeker al vanaf 1990. Maar nog sterker gold de omstandigheid - waaraan beide artikelen voorbijgaan - dat het neoliberalisme op lokaal niveau mede voor en door de PvdA  leidend werd in de beleidsontwikkeling. Eigen visieontwikkeling ontbrak en heeft deze ontwikkeling niet kunnen keren.

Mocht Zunderdorp nog oog hebben voor een sterke lokale overheid die resultaat boekte, de feitelijk ontwikkeling ging in de richting van een zwakkere overheid, die taken afstootte en verzelfstandigde zoals – in Groningen - het energiebedrijf, het vervoersbedrijf en recentelijk het openbaar onderwijs, of ophief zoals het natuurmuseum. Het lange termijn beleid werd steeds meer ingeruild voor kortademig reageren op opkomende omstandigheden. Ik deel dan ook Smeets’ conclusie dat de sociaal-democratie (ook) op lokaal niveau het spoor bijster is.

Is ‘volg het spoor terug’ daarop het antwoord? Ik denk van niet. Een aantal oude gemeentelijke taken zijn weliswaar gebleven maar er zijn nieuwe bij gekomen, waaronder milieutaken.Tegelijkertijd is de focus verschoven naar leefbaarheids- en veiligheids-vraagstukken, waar niet tijdig genoeg op gereageerd is. De partij heeft door de jaren de sociale,  morele en rechtsorde waarzonder het vertrouwen in politieke oplossingen niet kan bestaan, zelf ondergraven door mee te werken aan ingrepen in de sociale zekerheid, (fatsoens)normen te verwaarlozen en onwettig gedrag te gedogen.

Dit is voor een deel terug te voeren op de rekrutering van bestuurders uit een goed opgeleide, over meer dan gemiddelde inkomens beschikkende, aangenaam wonende middenklasse met een postmodernistisch wereldbeeld waarvan aan de rand nog maar een onderklasse wordt waargenomen.

Voor een ander en belangrijker deel is het een ideologisch tekort, geen antwoord te weten op het neoliberalisme. Om dat vacuüm te vullen is meer zelfreflectie nodig, een analyse waarin maatschappelijke tegenstellingen uitgangspunt zijn en een daarop gebaseerde visie in welke richting we de (lokale) samenleving willen ontwikkelen en welke maatregelen we daarvoor nodig hebben. Dat leidt niet tot een eenheidsprogram maar wel tot een gedeelde basis met lokaal bepaalde aanvullingen.

Smeets schrijft dat de ruimte voor wethouderssocialisme allengs kleiner wordt. Ja, als je de voortzetting van de huidige situatie voor onontkoombaar houdt. Maar als Europa tendeert naar een Europa van de regio’s en de nationale staat een andere betekenis krijgt waarom zou er dan door een grotere instrumentele zelfstandigheid van de gemeenten ten opzichte van het rijk geen nieuwe ruimte ontstaan om lokaal te experimenteren en exploreren? Dat we bestuurlijk zijn vastgelopen - de gemeente als gedecentraliseerd rijkskantoor - hoeft toch geen reden zijn om niet na te denken over de (lokale) politieke opgaven?

Hurenkamp en Becker zoeken het in het leggen van ‘bindingen’. Ik wil het belang ervan niet ontkennen maar het lijkt me secundair na het voorgaande. Het is ronduit teleurstellend dat zij aan het slot van hun bijdrage met vier punten komen die overwegend van sociaal-psycho-logische aard zijn. Daarachter gaat weliswaar kritiek op de huidige, kennelijk overheersende stijl van besturen schuil maar ze bieden niet zo veel zicht op visie en program. Het heeft wat van McLuhans The medium is the message. Geldt voor sociaal-democraten niet dat de vorm op de inhoud volgt?

 

Klaas Swaak.

 

Alle dieren zijn geloijk -31

PostDateIconwoensdag, 17 februari 2010 16:03 | PostAuthorIconGeschreven door Klaas Swaak | PDF Afdrukken E-mail

Alle dieren zijn gelijk –31

 

Tegen de leugens!

Er zijn twee woorden die ik ben gaan wantrouwen: het eerste is vernieuwing en het tweede flexibiliseren. Zeker als politici ze in de mond nemen.

Vernieuwing heeft zo langzamerhand niets meer te maken met verbetering - het tegendeel is aan de orde: er moet iets afgebroken worden. Waarom dat moet, blijft in het midden.

Met flexibilisering is hetzelfde aan de hand. Flexibel zegt het woordenboek is buigzaam, lenig en gedwee. Bij de gebruikers van dit woord is het het antwoord op verstarring. Het bijzondere is dat zij nooit aangeven waarom iets star of verstard is. Dat wordt als vaststaand feit aangenomen, precies als bij afbraak en weer zonder enige analyse.

Van sommige woorden weten we dat ze iets anders moeten beteken en versluieren. Suggereren vernieuwing en flexibilisering verbetering, ombuigen bijvoorbeeld versluiert verslechtering, namelijk bezuinigen. Ook bij ombuigen en ombuigingen wordt nooit precies aangegeven waarom iets onbetaalbaar is, waarom ergens voor betalen de moeite waard is.

In alle gevallen worden de betekenissen van deze leugentaal altijd gerechtvaardigd met een beroep op de toekomst en nooit op het verleden, waarin toch wel nagedacht zal zijn over de waarde van wat nu afgebroken of onbetaalbaar gevonden wordt. Die verantwoording zoek je tevergeefs.

Is dit soort praat een nieuw verschijnsel? Niet in het minst: Victor Klemperer analyseerde de taal van het Derde Rijk en George Orwell maakte er gebruik van in 1984 en Animal Farm.

De econoom Jan Pen, eergisteren overleden, schrijft in zijn Een overzichtelijke wereld (1998): ’Dat ik hier zit te schrijven lijkt mij onomstotelijk waar, op dit moment. Morgen is het een onzekere, maar waarschijnlijke gebeurtenis geworden.Maar de waarheid bestaat wel en het wemelt  in de wereld van de leugens.Die moeten aan de kaak worden gesteld.’

 

 

Alle dieren zijn gelijk -29

PostDateIconvrijdag, 12 februari 2010 11:53 | PostAuthorIconGeschreven door Klaas Swaak | PDF Afdrukken E-mail

Alle dieren zijn gelijk –29

Veruit de beste toespraak bij het afscheid van Arie Wink als directeur van de dienst ROEZ in Groningen was van Willem Smink, oud-wethouder ruimtelijke ordening. Een mooie terugblik, gelardeerd met fraaie grapjes. Hij sprak van papier. De anderen spraken uit de losse pols. Wethouder de Vries had een toespraak op papier, hield er zich niet aan en  raakte pijnlijk los van de tekst, die nauwelijks de beloofde visie op de stad inhield. De architecte Houben sprak aan de hand van plaatsjes en bracht een weinig samenhangend verhaal  waarin haar projecten haar onderwerp - de openbare ruimte van de stad – ondersneeuwden. En de Duitse architect Müller was in elk geval wel samenhangend over de ontwikkeling van Berlijn, maar het was niet de herontdekking van de stad  - zijn onderwerp - waarop ik hoopte. Waarom hij in het Engels moest spreken, begreep ik bovendien niet. We spreken kennelijk de taal van onze buren niet meer. Van Twist en Rewinkel spraken bij de opening van de Brücke-tentoonstelling in het Groninger Museum  ook al Engels.

Ik had Arie Wink kortom een symposium toegewenst waarin de inhoud wat krachtiger doorgeklonken had. En … waarin de stad Groningen een centraler onderwerp was geweest. Eigenlijk zit ik nog steeds te wachten op een visie op de stad.

In het PvdA-verkiezingsprogram, doorgaans leidend voor de gedachteontwikkeling over de stad, vind je een onvoldragen wensenlijstje. Bij de andere partijen is het niet veel anders. De verkiezingsstrijd kan daardoor uitlopen op een referendum over het Groninger Forum en de lichte trein door de Binnenstad. Bij de bespreking destijds van mijn boek over het raadslidmaatschap – Omzien en niet vergeten - gaf Willem Smink aan dat het lange termijn beleid geen opgeld meer deed en dat de waan van de dag greep kreeg op de politiek. De brief die ik de afdelingsvoorzitter van de PvdA stuurde over de essentie van het verkiezingsprogram bleef onbeantwoord en in de ledenvergadering werd m’n kritiek op wat voorlag genegeerd. De PvdA heeft geen vijanden nodig om het onderspit te delven…

Het zijn wat knorrige opmerkingen. Maar ze sluiten toch wel aan bij de korte gedachtewisseling met XXX over wat de partij landelijk zou moeten doen. Er wordt geen conjunctuurpolitiek gevoerd. Nu is de tijd om te investeren in grote publieke werken. Ik noemde als voorbeelden infrastructuur en volkshuisvesting. Staatssecretaris Heerma verzelfstandigde twintig jaar geleden de woningbouwverenigingen.De markt zou z’n zegenrijke werk doen. Het was een bezuinigingsmaatregel – van het type waaraan nu ook weer wordt gedacht. Ze zullen even rampzalig uitpakken, want als er een markt is die niet gefunctioneerd heeft dan is het wel de woningmarkt. Laat de rijksoverheid zich garant stellen voor de bouw van honderdduizend sociale woningen (van kwaliteit) per jaar de komende vijf jaar – leve de terugkeer van Bogaers! Leg de Zuiderzee-hogesnelheidslijn aan zodat de Randstad via het noorden van het land verbonden wordt met Noord-Duitsland, Scandinavië en de Baltische staten. De noorderlingen praten natuurlijk ook voor eigen gewin maar die provincialen in de Randstad hebben nog steeds niet begrepen wat het voordeel voor hen is. Het kost geld, natuurlijk kost het geld, maar de kost gaat (altijd) voor de baat en bovendien wat moeten we met overbodige nieuwe jachtvliegtuigen en subsidies op het eigen woningbezit? Maar conjunctuurpolitiek geeft een geweldige impuls aan de economie! XXX vertelde me dat de kabinetsleden die hij op conjunctuurpolitiek had aangesproken daar niet van begrepen hadden. Kortom: er is geen fatsoenlijke wereld te winnen, alleen maar te verliezen op die manier. Hij suggereerde me er maar een boek over schrijven…

Dat mijn knorrigheid niet helemaal onterecht was, bewees YYY die me terugfietsend naar huis prees voor mijn stukje in het decembernummer van  Socialisme en Democratie.

 

<< Start < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende > Einde >>

Pagina 3 van 8

feed-image


--- 2009 --- Designed by Toorweb - Webdesign Friesland.